Arthroscopie knie (een kleine operatie om mijn knie van binnen te bekijken en te ‘repareren’). Waar kan een willekeurige, soms iets te fanatieke, wandelaar allemaal last van hebben. Behalve blaren, nagel eraf en hielspoor krijg ik ook nog last van mijn rechterknie. Het is een zeurderige pijn in het midden van mijn knie, waar ik vooral de nacht en dagen na een wandeling last van heb. Ook bij mijn andere sporten; steps en iaido (japanse zwaardvechtkunst), die ik jaren deed, had ik last van die knie. Na een hele tijd ga ik toch maar eens, op aanraden van diverse medewandelaars, een bezoek brengen aan mijn huisarts. Stom genoeg kies ik precies een drukke maandagochtend, dus ik heb alle tijd om de ‘lectuur’ in de wachtkamer te bestuderen. Als ik eindelijk aan de beurt ben, vertel ik en passant dat ik ook last heb van mijn grote teen. Nog diezelfde middag zit ik in het ziekenhuis voor een foto van mijn linker grote teen. Het blijkt niet ooit gebroken te zijn (zoals de dokter dacht), maar ‘gewoon’ versleten: artrose in het gewricht (de botjes schuren dus af en toe zeer pijnlijk tegen
elkaar). Mijn rechterknie blijft nog steeds zeuren, weer breng ik een bezoek aan mijn dokter. Dit keer mag mijn knie op de foto. Er blijkt niets te zien, behalve wat loszittend kraakbeen, maar dat heeft iedereen (volgens mijn huisarts dan). Nog weer veel later, kom ik weer voor mijn knie bij de huisarts, maar nu met de intentie dat ik eindelijk een verwijsbrief wil. Hij ziet dat mijn eerste bezoek over die rechterknie alweer 2 jaar geleden was, dus het werd volgens hem ook wel tijd. Dit keer mag ik naar de afdeling orthopedie van het ziekenhuis. Na een kort gesprek volgt er een afspraak op de afdeling radiologie voor een MRI scan (Magnetic Resonance Imaging, iets met magnetisch veld en radiogolven, waarmee onderzoek naar o.a pezen, spieren en kraakbeen gedaan kan worden), maar dan weer een paar weken later. Daar lig ik dan doodstil op een tafel in een t-shirt en onderbroek, de radiodiagnostisch laborant schuift me in het MRI apparaat en ik hoor een half uur lang harde kloppende geluiden naast een leuk muziekje op mijn oren. Zo worden er dwarsdoorsneden van enkele millimeters gemaakt van mijn rechterknie. Een paar weken later bij de orthopedisch chirurg loopt hij op een computer door de foto’s heen. De meniscus is goed, dit was goed en dat was goed, maar bij de binnenste meniscus ziet hij een scheurtje, ja dat donkere gedeelte op de foto, wat eigenlijk wit moet zijn, o, ja, natuurlijk……… Dus ik mankeer toch wat in mijn knie, eindelijk is er wat gevonden, volgens de orthopeed kan dit alleen met een kijkoperatie verholpen worden, het groeit nooit meer vanzelf aan elkaar. Een hele operatie voor een zeurderig pijntje, die de laatste tijd eigenlijk wel wat lijkt mee te vallen, ik moet er nog even goed over nadenken. Naast wat vaker fietsen, probeer ik ook het aantal wandelkilometers wat op te voeren. Ik loop mee van Padua naar Assisie, in totaal tweeënvijftig km, waarbij vooral het stuk tussen de dertig en veertig km heel erg zwaar valt. Ja en na afloop heb ik een paar dagen toch wel weer last van mijn knie. Dus maak ik uiteindelijk toch maar een afspraak voor een arthroscopie en ik wordt op de wachtlijst gezet. Over ongeveer zes weken zal ik aan de beurt zijn. Na 4 weken volgt een preoperatieve screening, waarbij je een lange vragenlijst moet invullen, de bloeddruk wordt gemeten. Bij de anesthesioloog mag ik kiezen uit een verdoving: algehele - (narcose) of ‘plaatselijke’ verdoving (een ruggenprik, maar die verdooft dan het hele onderlichaam). Het eerste lijkt me wat overdreven voor een kijkoperatie in mijn knie, dus kies ik het laatste. De ruggenprik blijkt wel 6 uur te werken, terwijl de operatie zelf niet meer dan een uur zal duren. Dat wordt dus een dagopname, kortom een hele dag in het ziekenhuis verblijven. Het operatiegebied rond mijn knie moet ik thuis zelf ontharen met Veet ontharingscrème, dat is een aparte ervaring. Donderdag de elfde hoor ik dat ik me maandag al om kwart voor acht in het ziekenhuis mag melden, dit wordt verlaat naar half elf. I.p.v. te douchen spring ik ’s ochtends in de Maas (net als iedere ochtend, waarschijnlijk voor de laatste keer dit jaar, want het water wordt al wat kouder). Zes (ik dacht vier, dus heb ik een beetje gesmokkeld) uur van te voren mag ik niet eten en twee uur van te voren niet drinken. Maandag veertien september is het zover, ik meld me op tijd bij de receptie, die me doorstuurt naar de vierde verdieping: de dagverpleging. In een vierpersoonskamer liggen de blauwe operatiehemden al klaar op de bedden. De verpleegkundige legt het een en ander uit, meet de bloeddruk, temperatuur, hartslag en geeft alvast twee paracetamol. Ik mag me omkleden, krijg een prikje in mijn buik met bloedverdunner en dan word ik met bed en al de lift in gereden naar beneden voor de ruggenprik. Vijf plakkers op borst en buik, hieraan komen wat stekkertjes en snoertjes. Mijn bloeddruk wordt automatisch gemeten; om de zoveel tijd wordt mijn arm opgeblazen. In mijn linkerpols probeert een verpleegkundige zeer pijnlijk een infuus te proppen en aan mijn wijsvinger wordt de hartslag gemeten. Dan is het tijd voor de ruggenprik, gebogen zitten, schouders naar beneden, ontspannen, een heel gedoe, maar minder pijnlijk dan het infuus. Ik heb het al een beetje koud, maar krijg meteen een warm tintelig gevoel in billen en benen en kan nog net een paar minuten mijn tenen bewegen. Als de ruggenprik mijn onderlichaam volledig verdoofd heeft, wordt ik naar de operatiekamer gereden. Daar kan ik alleen nog maar klappertanden en bibberen van de kou (dit is een reactie op de ruggenprik, het dunne operatiehemd en de koele operatiekamer), terwijl mijn benen wel lekker warm zijn (zegt de dokter). Ik zie dat de dokter een been in de lucht houdt, het moet wel de mijne zijn, maar het voelt of mijn benen nog op de tafel liggen. Hij zou er zo mee vandoor kunnen gaan. Of ik mee wil kijken op een scherm, ik heb daar niet zo’n behoefte aan, ik geloof wel dat de orthopeed zijn werk goed zal doen. Even later lig ik ruim een kwartier tegen een blauw laken aan te kijken, dat was een stuk minder interessant. Via een klein sneetje wordt de arthroscoop (een dun buisje met een miniatuurlensje en een lichtkabel ingebracht, via een ander steekgaatje kunnen tijdens de operatie verschillende instrumentjes in het gewricht worden gebracht. Met een schaartje wordt een stukje weefsel weggeknipt en met een tangetje worden losgeraakte stukjes kraakbeen verwijderd. Na afloop vertelt de dokter dat hij het gescheurde stukje meniscus en een paar stukjes kraakbeen heeft weggehaald. Dus na de revalidatie kraakt alleen mijn linkerknie nog als ik op mijn hurken ga zitten. In de uitslaapkamer, krijg ik eindelijk wat warmte met een ‘blaas’kachel en extra dekens, gelukkig is het boven op de dagverpleging een stuk warmer. Ik krijg er meteen wat te eten, drinken en een pijnstiller voor als de verdoving straks is uitgewerkt, deze is zo ‘agressief’ dat ik ook nog een pil moet slikken om mijn maagwand daartegen te beschermen. Deze pillen krijg ik later ook mee naar huis voor de eerste twee dagen. Na een tijdje komen er nog twee lotgenoten op de kamer erbij, ook net een knie kijkoperatie achter de rug. Het duurt lang voor de verdoving is uitgewerkt. Heel langzaam kan ik mijn tenen al wat bewegen, dan kan mijn knie omhoog, maar het prikkelende/tintellende gevoel blijft nog lang. Tussendoor krijg ik jus d’orange, eet mijn meegenomen appel en vermaak me met het lezen van een boek. Met een apparaat wordt gemeten, dat mijn blaas bijna vol is, dus wordt ik gekatheteriseerd (slangetje in plasbuis), waar ik helemaal niets van voel, uit schaamte doe ik maar net of ik er niet bij ben. Er gaat wel een gordijntje dicht om je bed, maar de hele kamer ligt mee te luisteren. Gelukkig zijn zij straks zelf ook aan de beurt. Als ik weer op mijn benen kan staan, mag ook eindelijk het pijnlijke infuus eruit en kan ik mezelf aankleden, heel rustig aan. Gelukkig kan ik ook weer zelf plassen. Ik wordt ontslagen en krijg een hele lijst mee met dingen die ik wel en niet mag doen de komende weken. Dirk komt me ophalen per rolstoel, nog even langs de apotheek pillen ophalen en dan rijden we weer naar huis. De volgende dag haal ik het drukverband eraf. Op de drie sneetjes plak ik pleisters, eroverheen gaat een tubigrip (een soort steunkous), om de zwelling tegen te gaan. Ik mag mijn been vooral hoog houden, af en toe wat rondlopen en bovenbeenspieroefeningen doen. Beetje achter de computer werken, beetje op de bank hangen, tv kijken, boek uitlezen en wat administratie ordenen, zo kom ik de eerste dag wel door. De tweede dag thuis doe ik wat huishoudelijke dingetjes en breng een bezoekje aan de volkstuin, verder hang ik op de bank en bekijk de algemene beschouwingen na Prinsjesdag in de tweede kamer, soms wel vermakelijk, meestal slaapverwekkend en ergerlijk. De pleisters trek ik eraf, nu heb ik alleen nog wat zichtbare gaatjes die moeten helen. Ik mag mijn been gewoon belasten, maar merk dat ik mijn knie niet te ver moet buigen, ik voel meteen waarom als het per ongeluk toch gebeurt, au ! De laatste dag met pijnstiller, ’t is dat die ook ontstekingsremmend zou zijn, anders nam ik hem niet. Een dag later ben ik niet meer zo helder in mijn hoofd, rustig aan dus maar en niet te veel achter de computer, dan maar weer op de bank met been omhoog. ’s Avonds mag ik eindelijk douchen, zal de rest van de familie ook wel fijn vinden. Na een week mag ik fietsen (en wandelen) en na zes weken pas sporten en op mijn hurken zitten. Begin oktober heb ik nog een afspraak met de orthopeed; een poliklinische controle van de wondjes. Ik ben benieuwd hoe het verder gaat de komende weken in ieder geval wordt het rustig aan doen en ben ik een ervaring rijker.































