2 oktober 2009

Arthroscopie knie (een  kleine operatie om mijn knie van binnen te bekijken en te ‘repareren’). Waar kan een willekeurige, soms iets te fanatieke, wandelaar allemaal last van hebben. Behalve blaren, nagel eraf en hielspoor krijg ik ook nog last van mijn rechterknie. Het is een zeurderige pijn in het midden van mijn knie, waar ik vooral de nacht en dagen na een wandeling last van heb. Ook bij mijn andere sporten; steps en iaido (japanse zwaardvechtkunst), die ik jaren deed, had ik last van die knie. Na een hele tijd ga ik toch maar eens, op aanraden van diverse medewandelaars, een bezoek brengen aan mijn huisarts. Stom genoeg kies ik precies een drukke maandagochtend, dus ik heb alle tijd om de ‘lectuur’ in de wachtkamer te bestuderen. Als ik eindelijk aan de beurt ben, vertel ik en passant dat ik ook last heb van mijn grote teen. Nog diezelfde middag zit ik in het ziekenhuis voor een foto van mijn linker grote teen. Het blijkt niet ooit gebroken te zijn (zoals de dokter dacht), maar ‘gewoon’ versleten: artrose in het gewricht (de botjes schuren dus af en toe zeer pijnlijk tegen 20090921_001_2elkaar). Mijn rechterknie blijft nog steeds zeuren, weer breng ik een bezoek aan mijn dokter. Dit keer mag mijn knie op de foto. Er blijkt niets te zien, behalve wat loszittend kraakbeen, maar dat heeft iedereen (volgens mijn huisarts dan). Nog weer veel later, kom ik weer voor mijn knie bij de huisarts, maar nu met de intentie dat ik eindelijk een verwijsbrief wil. Hij ziet dat mijn eerste bezoek over die rechterknie alweer 2 jaar geleden was, dus het werd volgens hem ook wel tijd. Dit keer mag ik naar de afdeling orthopedie van het ziekenhuis. Na een kort gesprek volgt er een afspraak op de afdeling radiologie voor een MRI scan (Magnetic Resonance Imaging, iets met magnetisch veld en radiogolven, waarmee onderzoek naar o.a pezen, spieren en kraakbeen gedaan kan worden), maar dan weer een paar weken later. Daar lig ik dan doodstil op een tafel in een t-shirt en onderbroek, de radiodiagnostisch laborant schuift me in het MRI apparaat en ik hoor een half uur lang harde kloppende geluiden naast een leuk muziekje op mijn oren. Zo worden er dwarsdoorsneden van enkele millimeters gemaakt van mijn rechterknie. Een paar weken later bij de orthopedisch chirurg loopt hij op een computer door de foto’s heen. De meniscus is goed, dit was goed en dat was goed, maar bij de binnenste meniscus ziet hij een scheurtje, ja dat donkere gedeelte op de foto, wat eigenlijk wit moet zijn, o, ja, natuurlijk……… Dus ik mankeer toch wat in mijn knie, eindelijk is er wat gevonden, volgens de orthopeed kan dit alleen met een kijkoperatie verholpen worden, het groeit nooit meer vanzelf aan elkaar. Een hele operatie voor een zeurderig pijntje, die de laatste tijd eigenlijk wel wat lijkt mee te vallen, ik moet er nog even goed over nadenken. Naast wat vaker fietsen, probeer ik ook het aantal wandelkilometers wat op te voeren. Ik loop mee van Padua naar Assisie, in totaal tweeënvijftig km, waarbij vooral het stuk tussen de dertig en veertig km heel erg zwaar valt. Ja en na afloop heb ik een paar dagen toch wel weer last van mijn knie. Dus maak ik uiteindelijk toch maar een afspraak voor een arthroscopie en ik wordt op de wachtlijst gezet. Over ongeveer zes weken zal ik aan de beurt zijn. Na 4 weken volgt een preoperatieve screening, waarbij je een lange vragenlijst moet invullen, de bloeddruk wordt gemeten. Bij de anesthesioloog mag ik kiezen uit een verdoving: algehele - (narcose) of ‘plaatselijke’ verdoving (een ruggenprik, maar die verdooft dan het hele onderlichaam). Het eerste lijkt me wat overdreven voor een kijkoperatie in mijn knie, dus kies ik het laatste. De ruggenprik blijkt wel 6 uur te werken, terwijl de operatie zelf niet meer dan een uur zal duren. Dat wordt dus een dagopname, kortom een hele dag in het ziekenhuis verblijven. Het operatiegebied rond mijn knie moet ik thuis zelf ontharen met Veet ontharingscrème, dat is een aparte ervaring. Donderdag de elfde hoor ik dat ik me maandag al om kwart voor acht in het ziekenhuis mag melden, dit wordt verlaat naar half elf. I.p.v. te douchen spring ik ’s ochtends in de Maas (net als iedere ochtend, waarschijnlijk voor de laatste keer dit jaar, want het water wordt al wat kouder). Zes (ik dacht vier, dus heb ik een beetje gesmokkeld) uur van te voren mag ik niet eten en twee uur van te voren niet drinken. Maandag veertien september is het zover, ik meld me op tijd bij de receptie, die me doorstuurt naar de vierde verdieping: de dagverpleging. In een vierpersoonskamer liggen de blauwe operatiehemden al klaar op de bedden. De verpleegkundige legt het een en ander uit, meet de bloeddruk, temperatuur, hartslag en geeft alvast twee paracetamol. Ik mag me omkleden, krijg een prikje in mijn buik met bloedverdunner en dan word ik met bed en al de lift in gereden naar beneden voor de ruggenprik. Vijf plakkers op borst en buik, hieraan komen wat stekkertjes en snoertjes. Mijn bloeddruk wordt automatisch gemeten; om de zoveel tijd wordt mijn arm opgeblazen. In mijn linkerpols probeert een verpleegkundige zeer pijnlijk een infuus te proppen en aan mijn wijsvinger wordt de hartslag gemeten. Dan is het tijd voor de ruggenprik, gebogen zitten, schouders naar beneden, ontspannen, een heel gedoe, maar minder pijnlijk dan het infuus. Ik heb het al een beetje koud, maar krijg meteen een warm tintelig gevoel in billen en benen en kan nog net een paar minuten mijn tenen bewegen. Als de ruggenprik mijn onderlichaam volledig verdoofd heeft, wordt ik naar de operatiekamer gereden. Daar kan ik alleen nog maar klappertanden en bibberen van de kou (dit is een reactie op de ruggenprik, het dunne operatiehemd en de koele operatiekamer), terwijl mijn benen wel lekker warm zijn (zegt de dokter). Ik zie dat de dokter een been in de lucht houdt, het moet wel de mijne zijn, maar het voelt of mijn benen nog op de tafel liggen. Hij zou er zo mee vandoor kunnen gaan. Of ik mee wil kijken op een scherm, ik heb daar niet zo’n behoefte aan, ik geloof wel dat de orthopeed zijn werk goed zal doen. Even later lig ik ruim een kwartier tegen een blauw laken aan te kijken, dat was een stuk minder interessant. Via een klein sneetje wordt de arthroscoop (een dun  buisje met een miniatuurlensje en een lichtkabel ingebracht, via een ander steekgaatje kunnen tijdens de operatie verschillende instrumentjes in het gewricht worden gebracht. Met een schaartje wordt een stukje weefsel weggeknipt en met een tangetje worden losgeraakte stukjes kraakbeen verwijderd. Na afloop vertelt de dokter dat hij het gescheurde stukje meniscus  en een paar stukjes kraakbeen heeft weggehaald. Dus na de revalidatie kraakt alleen mijn linkerknie nog als ik op mijn hurken ga zitten. In de uitslaapkamer, krijg ik eindelijk wat warmte met een ‘blaas’kachel en extra dekens, gelukkig is het boven op de dagverpleging een stuk warmer. Ik krijg er meteen wat te eten, drinken en een pijnstiller voor als de verdoving straks is uitgewerkt, deze is zo ‘agressief’ dat ik ook nog een pil moet slikken om mijn maagwand daartegen te beschermen. Deze pillen krijg ik later ook mee naar huis voor de eerste twee dagen. Na een tijdje komen er nog twee lotgenoten op de kamer erbij, ook net een knie kijkoperatie achter de rug. Het duurt lang voor de verdoving is uitgewerkt. Heel langzaam kan ik mijn tenen al wat bewegen, dan kan mijn knie omhoog, maar het prikkelende/tintellende gevoel blijft nog lang. Tussendoor krijg ik jus d’orange, eet mijn meegenomen appel en vermaak me met het lezen van een boek. Met een apparaat wordt gemeten, dat mijn blaas bijna vol is, dus wordt ik gekatheteriseerd (slangetje in plasbuis), waar ik helemaal niets van voel, uit schaamte doe ik maar net of ik er niet bij ben. Er gaat wel een gordijntje dicht om je bed, maar de hele kamer ligt mee te luisteren. Gelukkig zijn zij straks zelf ook aan de beurt. Als ik weer op mijn benen kan staan, mag ook eindelijk het pijnlijke infuus eruit en kan ik mezelf aankleden, heel rustig aan. Gelukkig kan ik ook weer zelf plassen. Ik wordt ontslagen en krijg een hele lijst mee met dingen die ik wel en niet mag doen de komende weken. Dirk komt me ophalen per rolstoel, nog even langs de apotheek pillen ophalen en dan rijden we weer naar huis. De volgende dag haal ik het drukverband eraf. Op de drie sneetjes plak ik pleisters, eroverheen gaat een tubigrip (een soort steunkous), om de zwelling tegen te gaan. Ik mag mijn been vooral hoog houden, af en toe wat rondlopen en bovenbeenspieroefeningen doen. Beetje achter de computer werken, beetje op de bank hangen, tv kijken, boek uitlezen en wat administratie ordenen, zo kom ik de eerste dag wel door. De tweede dag thuis doe ik wat huishoudelijke dingetjes en breng een bezoekje aan de volkstuin, verder hang ik op de bank en bekijk de algemene beschouwingen na Prinsjesdag in de tweede kamer, soms wel vermakelijk, meestal slaapverwekkend en ergerlijk. De pleisters trek ik eraf, nu heb ik alleen nog wat zichtbare gaatjes die moeten helen. Ik mag mijn been gewoon belasten, maar merk dat ik mijn knie niet te ver moet buigen, ik voel meteen waarom als het per ongeluk toch gebeurt, au ! De laatste dag met pijnstiller, ’t is dat die ook ontstekingsremmend zou zijn, anders nam ik hem niet. Een dag later ben ik niet meer zo helder in mijn hoofd, rustig aan dus maar en niet te veel achter de computer, dan maar weer op de bank met been omhoog. ’s Avonds mag ik eindelijk douchen, zal de rest van de familie ook wel fijn vinden. Na een week mag ik fietsen (en wandelen) en na zes weken pas sporten en op mijn hurken zitten. Begin oktober heb ik nog een afspraak met de orthopeed; een poliklinische controle van de wondjes. Ik ben benieuwd hoe het verder gaat de komende weken in ieder geval wordt het rustig aan doen en ben ik een ervaring rijker.

Wandelen, een van mijn acht zaligheden……………..

Als we, na een mooie fietstocht van Lemnisheuvel (waar we de auto parkeren) naar Knegsel, aankomen bij Dinee Cafe de Kempen zit het terras al behoorlijk vol. Dinsdag achtentwintig juli wandelen Bart en ik met zo’n veertig andere wandelaars mee, Kees voorop met routebeschrijving en Truus helemaal achteraan met zo’n zelfde papier. Zij liepen deze tocht eerder tussen de hoosbuien door, wij treffen gelukkig een zonnige dag. Door het vele kletsen, wordt er weer te weinig gelet op de omgeving, in dit stukje van de Kempen treffen we nog oude landschappelijke elementen. Knegsel is een van de acht zaligheden. De andere zeven dorpen in de Nederlandse Kempen zijn Duizel, Eersel, Hulsel, Netersel, Reusel, Steensel en Wintelre. De acht zaligheden zouden hun bijnaam te danken hebben aan de Hollandse militairen die hier tijdens de Belgische revolutie rond achtienhonderddertig ingekwartierd waren en de steek als armzaligheid bespotten. De sel-ligheden, ook wel armzaligheden genoemd, werden toen smalend omgezet in Zaligheden. Dat brengt mij tijdens het wandelen aan het denken over mijn eigen acht zaligheden. Ik kom tot de volgende lijst: zwemmen, fietsen, wandelen, zon, pauze, pannenkoek, patat en cola light. Allen aanwezig op deze prachtige zomerdag, die voor mij begint met een duik in de Maas, daarna bovengenoemde fietstocht, de wandeling spreekt voor zich en de zon was ook aanwezig. De patat en pannenkoek worden genuttigd in pauzes. We bewonderen een mooie bruine biefstukzwam (?) en ik laat Truus een teunisbloem proeven, veel wilde bloemen uit de natuur kun je namelijk eten (ik volg een cursus ‘eten uit de natuur’). Bij archeologisch onderzoek zijn in de omgeving van Toterfout en Halfmijl prehistorische grafheuvels uit de Midden Bronstijd aangetroffen. In achtienhonderdvierenveertig werden de eerste grafheuvels ontdekt, tot negentienhonderdvijftig zijn er in totaal vierendertig onderzocht en in negentienhonderddrieenzestig werden er bronzen panelen bijgeplaatst, die uitleg geven over de inhoud en structuur van de grafheuvels. Inmiddels is het een Rijskmonument. Hij Halfmijl is een natuurwandelpad, vroeger was dit een heide- en vennengebied, nu lopen we door naaldbos, wei- en bouwland. We komen uit bij het Grootmeer waar we even genieten op het uitzichtpunt, de omgeving is mij niet onbekend, hier vlakbij is ook elk jaar het trainingsweekend in januari. Bij het Papegaaienpark (Stichting Nederlandse Opvangcentrum voor Papegaaienpauze) is het dan eindelijk pauze, we schrapen al ons geld bij elkaar en zo kunnen we (omdat de prijzen zo laag zijn) twee tosti’s , friet en cola light bestellen en houden we zelfs nog zestien cent over. De tocht gaat verder door Zandoerle, waar ook ergens de Olat-opslag te vinden is. In de Zandoerlesche bossen stapt Kees, die nog steeds voorop loopt, stevig door, daarom wordt de appelpauze vanuit de achterhoede maar even telefonisch doorgegeven. Terug in Knegsel genieten we nog even na op een verwarmd (?) terras. Na drieëntwintig km wandelen, volgt nog een vierentwintig km fietstocht terug naar de auto met in Spoordonk een pauze bij pannenkoekenhuis de Rode Haktol.

23 juni 2009, Brabants Grensdijkjespad. Voorkant_boekjeEn toen was ik opeens zevenenveertig, en al bijna een kwart eeuw met partner Bart. Inmiddels tornen mijn twee zonen boven mij uit, eet ik al bijna dertig jaar vlees noch vis en ben nog steeds aan het wandelen, maar minder aan het schrijven. Sinds deze maand begint mijn dag in de Maas, een stuk zwemmen en dan de zonnegroet in de uiterwaarden met soms een ontmoeting met een kudde koeien. Vandaag gaan we een stukje Brabants grensdijkjespad lopen met de markeerders van dit pad, helaas moest de helft van de mensen afzeggen. Kwart voor acht heb ik op station ‘s-Hertogenbosch afgesproken en als laatste kom ik daar aan. Met 5 personen lopen we door het Paleis van Justitie en langs de Armada richting het halvezolenlijntje. Graafmachines zijn aan het werk naast het KW1 college, een heel stuk oude spoordijk, waar een prachtig wandelpad liep, is afgegraven. We lopen dan maar om via het fietspad langs een nieuw natuurgebied en zien verderop dat er over de spoordijk waarschijnlijk een fietspad wordt aangelegd. Gelukkig is er nog een stuk, door Staatsbosbeheer rood gemarkeerd, wandelpad overgebleven. We volgen de rode paaltjes, niet het oorspronkelijke grensdijkjespad, want de peilers van de Moerputtenbrug worden momenteel gerestaureerd. Tot eind 2010 is deze brug daarom niet toegankelijk. Een prachtig modderig pad. wat in de winter helemaal onder water kan staan, komt uit bij een asfaltweg. Langs een groot woonwagenkamp (het lijkt wel een villapark) en dan nemen we een graspad richting de spoordijk, waar we de rood/blauwe markering weer tegenkomen. We volgen de Heidijk onder Vlijmen langs en bij de Vliedberg gaan we door een bosrijk gebiedje. De Heidijk steken we over en lopen langs De Nieuwe Wiel. Bij de Emmamolen in Nieuwkuijk trakteer ik op koffie en houden we een bespreking over het markeren. De onderwerpen die aan bod komen zijn o.a.: we kruisen het pad ‘rondom de sint jan’, pasjes en reclame maken. Hierna scheiden onze wegen. Toon en Mieke gaan zuidwaarts naar Haaren, Ernst volgt het pad verder westwaarts naar Drunen en wij zouden de bus terug nemen naar ’s-Hertogenbosch, maar helaas gaat de bus maar een keer per uur. We lopen een stuk naar Vlijmen en nemen daar de stadsbus. Op het station aangekomen mag ik nog een stuk lopen, maar dan met de fiets aan de hand, wegens een lekke band.

20080527_031 Nog wat wetenswaardigheden:

De NWB heeft de sublicentie aan de KNBLO voor gebruik van geel/blauwe markeringen opgezegd. De KNBLO hanteert nu nieuwe markeringskleuren: rood/blauw voor diverse streekpaden. Wat hebben we, als Grensdijkjespad, daarmee te maken ?

Op 2 plekken kruist het Grensdijkjespad het streekpad Rondom de Sint Jan, die vroeger dus geel/blauw gemarkeerd was, maar nu bijna dezelfde rood/blauwe stickers gebruikt als het Grensdijkjespad.

Bij Gemonde lopen we een stukje samen op langs de Dommel, aan het eind gaat het grensdijkjespad rechtsaf de Hooibrug over, terwijl rondom de Sint Jan daar naar links buigt. Verderop bij de Vughtse heide kruisen we nog een keer het streekpad.

In overleg met de beheerders van Rondom de Sint Jan (Avondvierdaagse ’s-Hertogenbosch) hebben we afgesproken, dat we bij bovenstaande punten de markering gaan verduidelijken met een klein stickertje, waarop staat: Grensdijkjespad of Rondom Sint Jan. Deze komen op het rode gedeelte van de

markering. De wandelaar moet daar wel extra goed opletten dus.

 Dezelfde stickertjes gaan we gebruiken om wat meer reclame voor het pad te maken, er zal nu niet alleen KNBLO op de rood/blauwe stickers staan, maar ook: grensdijkjespad. Verder wil ik wandelsportverenigingen, die aan het pad liggen, aanschrijven, om bekendheid te geven aan dit Brabantse jubileumpad.

20080527_015 De routewijzigingen/aanvullingen zijn ook op de website van de KNBLO (www.wandel.nl) te raadplegen.

Blz. 32 opletten i.v.m. kruisen streekpad (Rondom de Sint Jan) bij Hooibrug, hier RA Dommel over

Blz. 35 opletten i.v.m. kruisen streekpad (Rondom de Sint Jan) RD zandpad

Blz. 36 alleen het kaartje wijzigt:

(Pag. 38)

Langs groene slagboom RA trapje dijk op en LA over oude spoordijk gaat over de

lange spoorbrug door de Moerputten,

wordt:

Langs groene slagboom RA trapje dijk over , meteen RD trapje af LA rode

paaltjesroute volgen door natuurgebied, op ’t einde LA asfaltweg (Vlijmenseweg),

langs woonwagenkamp. Eerste zandweg LA, RD door hek en op spoordijk RA.

Blz. 54 staat een fout: Einde pad voor hek LA bosweg moet worden: einde pad RA en voor hek LA bosweg in.

 Met enige regelmaat lopen we als markeerders over het Brabants Grensdijkjespad om te controleren of de markering nog voldoet. Toch kan er tussendoor markering verdwijnen, of iets in het landschap kan veranderen. Als zoiets je opvalt, wil je dan mailen naar de coördinator: joop@bajo.nl

15 mei 2009

Het Esdoorngebergte kleurt op Koninginnedag oranje

Joop en Onne lopen mee met de Julianatocht op het grensgebied van Tsjechië en Polen

Dit jaar vieren Onne en ik Koninginnedag niet door een bezoek te brengen aan een vrijmarkt. Zaklopen of andere oud-Hollandse spelen slaan we ook over en we gaan ook niet naar Apeldoorn om de koningin life te zien. In juni brengen we ook geen bezoek aan Apeldoorn ter ere van de vierdaagse, want Onne heeft op zijn Nijmeegse school pas laat vakantie. Wel heeft hij begin mei een aantal dagen vrij, waardoor we dit jaar kiezen voor een ander wandelevenement:  de Julianawandeltocht.

Deze drie-daagse van honderd of vijftig km vindt plaats op de grens van Tsjechië en Polen in het Esdoorngebergte en wordt al voor de vijfde keer georganiseerd door Bert en Mien van Kampen te Nijenhuis. Zij bivakkeren al negen jaar in Vernerovice, een dorpje van slechts één straat in Noord-Tsjechië. Met een boerderij, appartementen en een camping wilden ze het wat rustiger aan gaan doen. Op slechts tien km van hun boerderij is een luxe berghut waar koningin Wilhelmina en haar dochter Juliana in de vorige eeuw tijdens een wintersportvakantie verbleven. Deze berghut (Andreasbaude) bestaat nog steeds en doet nu dienst als restaurant en jeugdherberg. Dankzij dit feit en de steeds groeiende vraag naar georganiseerde wandeltochten, werden plannen uitgewerkt en de Julianatocht was geboren.

Julianatocht_028Al een paar jaar zie ik de advertentie van actief.cz over de Julianawandeltocht in het Olat-nieuws staan, de laatste tijd staat die naast onze eigen advertentie (bajo), die trouwens wel aan vernieuwing toe is. Een nieuwe uitdaging voor Onne en mij: honderd km door de bergen met behoorlijke hoogteverschillen voor geoefende wandelaars. Alleen ben ik de laatste tijd niet echt geoefend; door mijn zere knie heb ik me beperkt tot twintig km wandeltochten en Onne was meer met snelwandelen (tot vijf km) bezig, maar gelukkig is de halve afstand ook een mogelijkheid. Thuis heb ik al wat e-mail contact met de organisatoren Bert en Mien, o.a. of ik de route op gps wil vastleggen, n.a.v. mijn web-log, die zij bekeken.

In mijn enthousiasme om me op te geven vergeet ik even dat Tsjechië zo’n duizend km van ’s-Hertogenbosch af ligt. En dat ik deze kilometers mag afleggen in een bus. De vorige busreis (met wsv Groot Gestel) naar Tsjechië is me niet echt bevallen, maar deze was dan ook ’s nachts en toen deed ik geen oog dicht. We hadden natuurlijk ook met eigen auto kunnen gaan, maar daar had ik bij het inschrijven even niet aan gedacht.

Zeven uur ’s ochtends worden we in Apeldoorn-Zuid verwacht, een kwartier voor aanvang aanwezig zijn nemen wij ruim, rekening houdend met files. Meer dan een uur staan we daar te wachten op de bus uit Enkhuizen en maken alvast kennis met twee medewandelaars. We nestelen ons achterin de bus en hebben alle ruimte. Deze pret duurt tot Hengelo, hier komt sportief wandelgroep uit Zoetermeer erbij en de bus zit meteen bomvol. Bewolkt Nederland en Duitsland laten we snel achter ons, de zon begint steeds meer te schijnen (na vier dagen felle zon keer ik uiteindelijk met roodverbrand gezicht weer terug naar het westen). In Duitsland wordt het landschap wat heuveliger, we zien steeds meer geelgekleurde koolzaadvelden en de vele windmolens draaien rustig door. Om de zoveel uur hebben we een stop om de benen te strekken. Ik lees vier tijdschriften en een boek uit en Onne vermaakt zich met manga’s (Japanse stripboekjes) en playstationspelletjes. In Polen stapt Bert met een vrijwilligster in de bus en legt alvast het een en ander uit over de Julianatocht en Tsjechië en voor veertig euro krijgen we een enveloppe met kronen. In de schemering zien we een roedel reeën, maar dat is volgens Bert hier niets bijzonders. In Tsjechië is het dezelfde tijd als in Nederland, maar duizend km naar het oosten betekent dat drie kwartier eerder licht en dus ook eerder donker. Bij Hotel Metuje in het plaatsje Teplice nad Metuje aan het riviertje de Metuje zitten we uiteindelijk om half tien aan het diner: schnitzel met slagroom (wij: grote kaassoufle) en gebakken aardappels.

Julianatocht_010De volgende dag is een vrije dag, Onne en ik slapen uit en zijn nog maar net op tijd voor het ontbijt, dat al werd opgeruimd. We gebruiken deze dag om een beetje rond te slenteren door het stadje, een paar winkeltjes te bezoeken, op bankjes te zitten, een beetje vervelen of uitrusten van de lange busreis. We zien al veel wandel- en fietsmarkeringen, niet alleen wit/rood, wit/geel, maar ook wit/groen, wit/blauw. Later blijkt dat ze behalve op de kaart ook op mijn gps (een handig hulpmiddel) staan.

Om vier uur is de briefing in Vernerovice. Tijdens life muziek krijgen we routebeschrijvingen, een kaart en een oranje t-shirt (nu zijn we Juliana walkers !) en Onne wordt herkend van de foto van het april-nummer van Olat-nieuws. Na de toespraak van Bert en Mien blijkt dat er meer jubilea zijn. Behalve dat Juliana honderd jaar geleden geboren was en dit de vijfde Julianatocht is zijn Bert en Julianatocht_017Mien ook nog eens tien jaar getrouwd. Door een vrijwilliger worden ze gekroond. We zien de komende dagen dat er zich een flinke groep vrijwilligers om Bert en Mien verzameld heeft, zij helpen bij het inschrijven, delen t-shirts uit, staan achter de bar, halen glazen op, bemannen stempelposten, delen drinken, fruit en koek uit tijdens rustposten en maken ook nog muziek.

Op Koninginnedag is het ontbijt om zes uur en kwart voor zeven vertrekt de bus naar Vernerovice. Binnen de eerste kilometer presteren wij het al om verkeerd te lopen, maar in het volgende dorp Mezimesti komen we de oranje sliert wandelaars al snel weer tegen. Tot de eerste rustpost gaat het wat glooiend, maar dan wordt het toch steil omhoog klimmen naar de hoogste berg in de omgeving bijna negenhonderd meter. Regelmatig sta ik stil, niet om van het uitzicht te genieten, maar om op adem te komen of het gebonk in mijn hart wat rust te gunnen. Boven houden we even pauze met boterhammen met jam. Nog steiler gaat de tocht verder naar beneden langs de grenspalen van Polen, nog een lange rode fietroute en dan komen we bij Andreasbaude, tijd voor thee en voeten luchten. Julianatocht_032 Door de bossen met veel bloemen in de bermen, schuilhutjes en informatieborden (helaas kennen we geen Pools) komen we bij de soeppost met muziek, maar die ruimt net op. Na vijftien km besluiten we toch om verder te lopen. Een stukje met de bus slaan we zelfs af. Niet wetende dat er nog een klim naar bijna zevenhonderd m. tussenzit, elke stap omhoog doet bij mij nu zeer. Dalen gaat wel goed, ik lijk wel te vliegen. Voor Onne is het allemaal geen probleem. Op ’t plein bij ’t gemeentehuis van Mieroszow krijgen we een stempel en info over de streek. Hier horen we via de vrijwilligers iets over het bizarre drama in Apeldoorn. Nog zeven km te gaan en we hebben er drie uur de tijd voor. We wandelen door en proberen af en toe gedag te zeggen in het Tsjechisch (dobrý den), maar krijgen meestal niet veel reactie, alleen kinderen reageren wel. Na vijfendertig km op de gps komen we om kwart over vijf binnen. Mensen staan al in de rij voor oranjebitter en oranjegebakjes. Nog even wachten voor het buffet. Alweer life muziek, maar voor een dansje doen mijn voeten te zeer. Terug in het hotel is het douchen en meteen naar bed.

Julianatocht_075Op de tweede dag (de dag van de arbeid, een feestdag in bijna heel Europa) doen we het weer rustig aan, we laten de groepen voor gaan bij de rustpost, zodat we wat meer van de omgeving kunnen genieten en we meer vogels horen. In het stadje Broumov houden we theepauze in een kloostertuin, hier kunnen we kiezen voor een stukje met de bus. We slaan negen km vnl. omhoog lopend over en genieten op grote hoogte van tomatensoep. Hierna gaan wij weer lopend verder, een flinke afdaling van twaalf procent tot het volgende dorpje volgt. Dan weer een helling naar ’t bos. Door goed de routebeschrijving te lezen komen we er zonder markering of pijlen goed doorheen. Later horen we dat menig wandelaar hier verkeerd is gelopen. In het volgende dorp (in een café) genieten we van thee met chips (om het uitgezwete zout wat aan te vullen). Een asfaltweg brengt ons naar de laatste rustpost en via de rode route door de velden weer terug (met applaus) na achtentwintig km met zonverbrand gezicht. ’s Avonds in het hotel eten we een (voor ons) pastamaaltijd (die we prompt vergeten te betalen) en Onne vermaakt zich met de wet der communicerende vaten (met appelsap). Hierna duiken we meteen weer het bed in, maar door zere knie en veel spierpijn, geniet ik een zeer onrustige nacht

Julianatocht_145De derde dag begint weer met dezelfde ontbijt- en busrituelen. We doen ’t weer rustig aan en volgen de rode wandelroute. Rustig gestaag stap voor stap stijgen we naar een hoogte van ruim zeshonderd m. Bij de eerste stempelpost krijgen we thee, maar door gebrek aan mokken staan we wel een tijd in de rij. Een lange asfaltweg brengt ons door het volgende dorp en na de aanmoedigingspost gaan we over een veldweg. Hierna volgt een klim en voor Onne nog eens vijfhonderd m. extra klimmen (en dalen) om bij een uitzichtpunt te komen. Ik kan even uitpuffen en later de foto’s bewonderen. We dalen af richting het nationaal park Adsrpach, een ‘stad’ van grillig gevormde zandstenen rotsformaties. De rotsen hebben mooie namen als de geliefden en hun kus, burgemeester met zijn vrouw, gerechtshuis, suikerbrood of ijsbeer. De drukte op de parkeerplaats aan bussen en auto’s doet al vermoeden dat het heel druk wordt de komende kilometers. We krijgen een cultuurshock bij de ingang van het park, souvenirwinkeltjes, hamburger-, friet- en pizzatenten, waar we toch maar gebruik van maken en dan begeven we ons tussen de families en grote groepen, met de nodige fotomomenten. Klimmen en dalen over smalle trapjes, ladders en rotsblokken valt niet mee met benen vol spierpijn. Onne sjeest als een lange hork langs de andere wandelaars, ik sjok er achteraan. Diep tussen de rotsen ligt een meer, waar ook rondvaarten mogelijk zijn, verder kunnen we een grote en kleine waterval bewonderen. Bij een moerassig stuk mogen we over vlonders en even verder over planken, stammen en wortels klauteren. De soeppost is dit keer in eigen hotel, we kunnen hier ook de bus nemen, maar na een bezoek aan onze ‘eigen’ kamer, besluiten we rustig de route uit te lopen. Via een betonplatenweg (die we bijna mislopen), veld- en boswegen keren we als laatsten terug in Vernerovice. twee varkens hangen al aan ’t spit en Vietnamese mie wordt later ook klaargemaakt. Binnen wordt gehost op life muziek, terwijl de mensen buiten nog in de rij staan voor een stuk varken of een bord mie.

De grote vraag, die in het begin menigmaal gesteld werd was: ‘ga je voor de vijftig of voor de honderd km?’. Wij probeerden iets daar tussenin en hebben het per dag bekeken. Omdat we zoveel tijd hadden (tien uur per dag) hebben we uiteindelijk toch nog ruim negentig km gewandeld. Maar de oorkondes en standaards (behalve de vijf zilveren voor degene, die al vijf keer meededen) zijn allemaal hetzelfde, dus het maakt uiteindelijk niets uit.

De inschrijving voor volgend jaar is alweer geopend, de folders liggen al klaar. Er mogen maximaal honderdvijftig deelnemers meedoen en ter plekke hebben zich meteen al dertig wandelaars ingeschreven.

Dan rest ons nog een dag: de terugreis van duizend km. We zitten nog krapper; met zijn vijven achterin de bus gepropt. In Duitsland rijden we door fikse regenbuien en files, zodat we met een dik uur vertraging in Nederland arriveren. Ik vraag Bart of hij mij in Hengelo ophaalt en we komen daar tegelijk aan. Net zo krap zitten we voor in onze bestelauto met zijn drieën weer terug naar huis.

Ik weet niet of ik volgend jaar weer meedoe met de Julianatocht, wel zou ik graag met Bart (in onze eigen auto; misschien al in de herfst) weer terugkomen in dit schitterende wandelgebied.

Voor meer foto’s zie: http://picasaweb.google.nl/wandeljoop/JulianatochtTsjechie#

Meer info en foto’s: www.aktief.cz

176658 Twee jaar lang hield ik deze web-log bij, nu is het tijd voor andere dingen. Samen met anderen heb ik de organisatie van de Bossche honderd overgenomen (www.bossche100.nl). Deze honderd km, grotendeels onverhard in de buurt van 's-Hertogenbosch, zal aan een stuk gelopen worden op de vierde vrijdag in januari. Deelname is voor maximaal honderdtien zeer geoefende wandelaars. Zij mogen er maximaal twintig uur over doen en krijgen onderweg drie caférusten en tien verzorgingsposten. Een groot deel van het parcours zal ik verzorgen, dus ben ik in een straal van vijftig km rond 's-Hertogenbosch altijd op zoek naar leuke paadjes, waar ook 's nachts gewandeld kan worden. De route wordt pas op de avond zelf bekend gemaakt, dus kan ik niet meer over al mijn rondzwervingen schrijven. Af en toe verschijnt er misschien nog wel een stukje.

17 december 2008

16 december 2008, Stippelberg en Beestenveld

20081216Bijna had ik ons navigatiesysteem de opdracht gegeven om naar Maarheeze te gaan. Op de website van Olat zie ik gelukkig op tijd dat we vandaag beginnen bij café de Molen in Milheeze, zo’n dertig km van Maarheeze af.. Het is mistig vandaag, of moet ik de slaap nog uit mijn ogen wrijven. Ook is het bar koud zo rond het vriespunt, maar het ijs in de sloot is nog niet schaatsbaar. Als we het cafe binnenstappen, zie ik dat er beschuit met muisjes wordt getrakteerd, ik wist niet dat er iemand zwanger was, blijkt dat Truus Kusters oma is geworden. Voor we beginnen te wandelen nog een paar mededelingen en dan de kou in. Veel verharde wegen komen we vandaag niet tegen, wel de vreemdste namen als Bocht, Haag, Hutten, Kuikenvlaas, Klef, Hazenhutsedijk, Heibloem en Berken in de buurt van Milheeze. Al snel zijn we in het duizend hectare grote landgoed Stippelberg (wat in beheer is bij Natuurmonumenten) met bossen, zandverstuivingen, heide en statige Pc160001lanen. In het westen liggen oude stuifduinen als ‘stippels’ in het landschap. Oorsronkelijk was dit het uitgestrekte heidegebied de Peel, nu uitgestrekte bossen. Om de schotse hooglanderpoep heen lopend, probeer ik ook nog medewandelaars en commissieleden (van de dinsdagwandelgroep van Olat) te interviewen voor een artikel in Olat-nieuws. Het valt af en toe niet mee wandelen, opletten en notities maken. Thuis wordt het nog moeilijker om uit te vogelen wat ik heb opgekrabbeld. Terwijl ik met de maker van de route, Truus praat, Pc160026 volgen we volgen een tijdje de blauwe pijltjesroute. Tussen de rododendrons door krijgt ze meteen een compliment van een wandelaar (Truus, hoe heb je dit toch weer gevonden ….). Op een infopaneel kunnen we de geschiedenis van het vijfentwintig hectare grote Klotterpeel lezen: in de veertiende eeuw is dit ontstaan nadat hier turven ofwel klotten als brandstof zijn gestoken uit de met veen begroeide laagte. Het volgende gebied waar we doorheengaan, Beestenveld is weer een bosgebied en wordt beheert door Pc160030 Staatsbosbeheer. Verderop in de Rips (op fietsknooppunt elf) kun je in een oogopslag de geschiedenis van heide naar bos bekijken in het (open lucht) Bosmuseum. Pauze houden we bij de viersprong, die op dertig in plaats van vijftig wandelaars had gerekend. Toch worden we snel bediend en kunnen bij het ernaast gelegen cafetaria ook friet bestellen. De terugweg naar Milheeze gaat weer door het bos, langs Pc160038 waters, over mountainbikepaadjes en langs uitzichtpunten. Een prachtige route op een koudere dag dan ik had verwacht. Het applaus wat de maker, Truus, na afloop van de tweeëntwintig km lange tocht in ontvangst krijgt, wachten we niet af. We rijden ‘snel’ richting ’s-Hertogenbosch om onze nieuwe brillen op te halen.

8 december 2008

6 december 2008, Zoelen

Pc060004Zoelen is een dorpje ten westen van Tiel in de Betuwe, ik kom er regelmatig op woensdagavond om model te tekenen. Van het dorp zie ik dan niets, want het is dan al donker. Vandaag bezoeken Bart, Onne en ik het dorp al wandelend overdag vanaf Geldermalsen en komen ook door landgoed Soelen. Dit landgoed ligt op de oude stroomwallen van Waal en Linge. Het ontwerp is een mengeling van de strakke Franse stijl en de meer romantische Engelse landschapsstijl. Staatsbosbeheer heeft elementen van beide stijlen teruggebracht door het in ere herstellen van Pc060009verschillende zichtassen en doorkijkjes. In dit afwisselende landschap neemt Kasteel Soelen een prominente plaats in. Het kasteel dateert oorspronkelijk uit de 13e eeuw, maar het statige landhuis zoals we dat nu zien is het resultaat van een ingrijpende verbouwing uit de 17e eeuw. De boomgaarden, akkers en weilanden worden gebruikt door biologische boeren. ‘Prinses Marijke’ is weer begonnen met de winterserie en dit keer lopen wij de langste afstand. We beginnen bij hun clubhuis ‘de wandelaar’ en mogen het eerste stuk door de straten van Geldermalsen, na de appelbuurt en de Lingedijk het dorp uit over asfaltwegen. Even modderen over camping de karekiet en bij Buren lopen we over een fietspaadje langs de nieuwbouw. Pc060012_2 Bij de eerste wagenrust, meer een schuurrust bij familie van Weelie komen we Richard (van verre te herkennen aan zijn vlag ‘er is hoop’) tegen. Vanaf de caferust in Dorpshuis ‘de Oude School’ in Zoelen lopen we verder met zijn vieren (na een kom erwtensoep en wij appeltaart met slagroom). De Betuwse akkers met vette klei zijn net omgeploegd en hier en daar hangt er nog een appeltje in de vele boomgaarden. Daags na Sinterklaas wordt er op het plein voor het dorpshuis in Erichem al een kerstboom geplaatst. Na deze ‘rust’ (met motorzaaggeluiden) lopen we weer verder richting Geldermalsen. In een boomgaard hangen de bomen vol met elstars, ik neem er Pc060017 20081206 voor ieder een mee. Na zesentwintig km komen we dan als laatste wandelaars (ruim vijfhonderd deden er mee) binnen en krijgen weer appels mee

22 november 2008

18 november 2008, de Geelders en Gemonde

Pb180005De Geelders is een natuurgebied met bos, weiland en enkele heideveldjes tussen Boxtel en Schijndel. Geerling van den Bossche, naar wiens hoeve de Geelders is genoemd, was een edelman die in de veertiende eeuw in dit gebied veel heidegrond bezat. Het bezit ging over aan een kannunnik, hierna aan de Karthuizer monniken en via de familie van Rijckevorsel werd uiteindelijk familie Marggraff bezitter van een deel van de Geelders, het andere deel wordt beheerd door Staatsbosbeheer. Het gebied werd vroeger gebruikt voor de productie Pb180011 van hakhout en voor de winning van eikenschors ten behoeve van de leerlooierij. In de jaren dertig van de vorige eeuw werden door werklozen greppels gegraven en met het vrijgekomen zand werden rabatten opgeworpen, waarop eiken werden geplant die geriefhout moesten leveren voor de boeren. Brede dreven dienden voor de afvoer van dit hout. Later werd het beheer meer gericht op het krijgen van een meer natuurlijk bos. Dat het er nat is, is vandaag goed te merken. Er is een speciaal laarzenpad aangelegd, maar wij gaan er eigenwijs met onze wandelschoenen doorheen. Nat worden de drieënveertig wandelaars van de dinsdaggroep van Pb180015Olat vandaag dus van de modder, maar ook van de miezerregen. Het verzamelen is bij cafe het Groenewoud te Liempde en als dan de laatste wandelaar ook is gearriveerd gaan we op pad. We slaan de Gilders in langs het spoor, een reiger staat ons aan te staren op de rails. De meeste bladeren zijn nu wel van de bomen en we ritselen er doorheen. Vier ezels en twee paarden worden allen bijgevoederd met een heel brood. Als we over de verharde wegen van Gemonde lopen zijn mijn schoenen al doorweekt. Het is markt in dit dorpje op de kleine Kruisstraat staan vol met zes kramen. Cafe de Schuif is op hun enige vrije dag in de week speciaal 20081118voor ons opengegaan en zo kunnen we warm en droog genieten van eigengemaakte groentesoep en koffie. Aan de Hooghemertseweg staat een vrij nieuw verzetsmonument (voorstellende een plaatselijke bewoner, die een bestuurder van een glider in het kader van operatie Market Garden in veiligheid bracht in de bossen van het landgoed Gasthuiskamp). Via de Leemskuilen lopen we door een randje van de Geelders, waar het in de zomer zoemt van de muggen. Via de Schutsstraat duiken we nog een keer de modderige Geelders in en zijn achttien km weer terug bij af.

21 november 2008

16 november 2008, Krek dat is het: de Rosep

Pb160002Een riviertje in de provincie Noord-Brabant, wat begint als gekanaliseerde beek bij Haghorst. De Rosep meandert door natuurgebied Kampina en mondt ten zuiden van Haaren uit in de Esschestroom. Op deze herfstige zondag proberen Bart, Onne en ik net als vorige maand (bij de winterserie van Olat in Boekel) de vallende blaadjes te vangen. We beginnen vandaag in brasserie Klein Speijck aan de Bosweg te Oisterwijk. Voor het eerst rijden we met zijn drieën in onze nieuwe Citroen Berlingo, het zit toch wel krap, gelukkig is het Pb160004dan ook maar voor een half uurtje. Na een paar stappen snuiven we de bosgeuren al op. Bossen, vennen en zandwegen zullen we vandaag veel zien. Na het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten komen we langs het Groot Kolkven, het Achterste ven en na een stukje asfalt over de Zandstraat langs het Allemansven. Bij de eerste wagenrust, die eerder komt dan volgens de routebeschrijving gepland, schenken Miranda en Esther koffie en warme chocomel, helaas dit keer geen bouillon. We Pb160007gaan verder door het bos rond het Hildsven en zigzaggen door het half open landschap met hier en daar een bosje en even uitzicht op de snelweg van Tilburg naar Eindhoven. Bij de Gerrithoeve, ooit een kleinschalig veebedrijf, nu een boerderijterras met minicamping smaken de tosti’s en voor mij een grote bak pepernoten uitstekend. De stempelaars vertrekken net na onze komst, terwijl er nog wel wat wandelaars langskomen. Zij krijgen geen stempel meer, waar die dan ook voor dient. Over een Pb160009graspad doen Bart en Onne echt hun best en vangen eikenblaadjes. We snijden een stukje af door over het schrikdraad te stappen en komen zo in de Kampina. We volgen een stukje pelgrimspad en komen in het gebied van de Oisterwijkse bossen en vennen. Het is druk bij de wagenrust aan de Rosepdreef, veel bekenden zien we er en we proeven er de ‘slurprisesoep’ van Willem. Bij het Groot Goorven staat een stenen bank, waar Onne en ik nog even op neerploffen. Ad Verbakel, de maker 20081116van deze route loopt stevig door en kan nog net ons bedankje in ontvangst nemen voor deze prachtige tocht. Na twintig km zijn we weer terug en hoor ik dat er elfhonderd wandelaars meeliepen.

5 november 2008

4 november 2008, Malpiebeemden

20081104_001De Malpiebeemden vormen een kleinschalig en eeuwenoud agrarisch landschap in het Dommeldal. Er liggen graslanden, houtwallen, poelen, moeras en moerasbos. Dit gebied ligt tussen de laaggelegen Dommel en de hoger gelegen Malpiebossen en natuurgebied De Malpie. Malpie komt van ‘Maal Pee’, dat gemeenschappelijk bezit betekent en Pee is het oude woord voor zandrug, maar Pee kan ook een verbastering zijn van 'pay' dat pad betekent. In de middeleeuwen betekende mal ‘maal’, dat 20081104_009_2 betekent grenspaal. Gecombineerd is het dus een plek waar paden op een zandrug naar een grenspaal leiden. De Malpie is een natuurgebied en ligt tussen Valkenswaard en Borkel en Schaft. In dichte mist vertrek ik vroeg om op tijd bij de Venbergse Molen onder Valkenswaard te zijn. Ruim vijftig wandelaars hebben zich er verzameld. Kees van Vessem heeft de route gemaakt, maar kan er vandaag niet bij zijn. Piet stapt voorop met routebeschrijving, Truus heeft er ook een, net als hekkensluiter Kees van Iersel. Hij 20081104moet ook nog opletten of een fotograverende wandelaar niet kwijtraakt als we zigzaggend door de bossen gaan. Het is lastig lopen, ik probeer Corrie te interviewen voor een artikel in het Olat-nieuws en al wandelend over het hobbelige terrein maak ik aantekeningen. Hierdoor loop ik kleine vennen als Molenven, Reisven en Pastoorsven bijna ongemerkt voorbij. Vaarvennen en het groot Malpieven duiken op in de mist. De Dommel komt bij Borkel en Schaft Nederland binnen, bij de Zwaan is het tijd voor een lange pauze, de tomatensoep is er heerlijk. Verder gaat de route door het Dommeldal over verharde en onverharde paden. De stoet wandelaars is na zo'n pauze een stuk langer, met grotere gaten ertussen. Op het laatst wordt het weer kouder door de optrekkende mist. Na eenentwintig km zijn we weer terug op de Molenstraat bij café de Venbergse Molen en in dichte tot zeer dichte mist rijd ik voorzichtig weer naar huis.

wandelverslagen

  • Afrikaweg
    Ik had het lef en liep de Afrikaweg, een sponsorwandeltocht van 7 dagen in de vorm van Afrika in vnl. de provincie Drenthe voor de Andreas Manna stichting. Op www.andreasmanna.org bij: loop de Afrikaweg, halverwege de tekst lees je mijn verhaal.
  • 4daagse Apeldoorn 2006
    Samen met Onne, mijn jongste zoon, wandelen, een hele belevenis. Van alles te lezen op www.wsv-gg.nl onder ooggetuige.
  • rondom de Sint Jan
    een regionaal wandelpad wat ik in etappes samen met Onne heb gelopen, te lezen op: www.wsv-gg.nl onder het kopje ooggetuige.
  • 24 uurs sponsorwandeltocht
    Voor het Ronald McDonaldhuis heb ik eind mei 2005 24 uur gewandeld, te lezen op: www.wsv-gg.nl bij ooggetuige.
  • mijn eerste (Bossche) 100 !!
    Op www.bossche100.nl vindt je mijn verslag uit 2005. Bij: vroeger, 18e Bossche 100 en verslagen.
web-log.nl, powered by TypePad